NIEUWSBRIEF 2001 / 1

Redactioneel

Dit keer weer een volle nieuwsbrief met daarin het jaarverslag 2000. Tot grote vreugde is de redactie versterkt met Aaltje Visscher. In deze nieuwsbrief is een nieuwe rubriek geopend, namelijk 'het interview' waarin Greta Fonville-Klei vertelt over haar werk als systeemtherapeute. Veel leesplezier.

Pieter Dingemanse


Ledenadministratie De afgelopen tijd hebben de volgende nieuwe (student)leden zich aangemeld:

mw. A.C. Florijn, Amersfoort
mw. S.E. Roosjen, Groningen
mw. J.W. Ronner-Wattel, Apeldoorn

D.H. van Noort


JAARVERSLAG CVPPP 2000

1. Bestuursactiviteiten.
Het bestuur bestond in het jaar 2000 uit drs. W.A. Doornenbal (voorzitter), drs. E. Vegh-Jansma (secretaris), drs J.A. Kok (adj. secretaris), drs. A. Molenaar (penningmeester) en drs. M. De Ronde. Wegens persoonlijke omstandigheden moest mevrouw E. Vegh in januari haar functie neerleggen. Haar taak is door de bestuursleden waargenomen. De heer drs. M. De Ronde was sinds de herfst wegens zeer ernstige ziekte van zijn vrouw niet in staat actief te functioneren. Hij blijft wel voor het bestuur beschikbaar. Het bestuur is negen maal bij elkaar gekomen.
Het jaar heeft zich gekenmerkt als een jaar van consolidatie, verheldering van de interne communicatie, en afstemming van de activiteiten van diverse commissies.

Er zijn vruchtbare besprekingen geweest met de commissie P & G, de congrescommissie en de redactie van het Verenigingsnieuws over de vraag hoe de uitslagen van de enquete, gehouden vorig jaar onder de leden, in beleid en acties om te zetten. Een ontmoeting met de kringleiders kon nog niet gerealiseerd worden. Ze is een aandachtspunt voor het volgend jaar. Deze ontmoetingen hoopt het bestuur één keer in de twee jaar met de diverse commissies te hebben.
Na consultatie van de leden (schriftelijk en via de ledenvergadering) is er gewerkt aan het tot stand komen van een nieuwe Informatiegids ter vervanging van de oude 'Verwijslijst'. In het nieuwe informatieboekje komen meer gegevens van de therapeuten en wordt aangegeven hoe te handelen bij mogelijke klachten.
Voor het komend jaar zal o.a. aandacht krijgen:
internationale contacten en de organisatie van een internationaal congres
contact met de kringleiders
ontwikkeling van een website

Aftredend dit jaar zijn mevr. drs. E. Vegh (afscheid heeft intern plaats gehad wegens persoonlijke omstandigheden) en mevr drs. W.A. Doornenbal. Het bestuur draagt voor als voorzitter: drs. A. Molenaar. De heer drs. W. de Vries uit Wierden stelt zich beschikbaar als algemeen bestuurslid. Voor de vacature van secretaris en penningmeester is het bestuur nog zoekende.


2. Kringen

Dit seizoen zijn twee kringen actief van start gegaan, kring Ede e.o. en kring Noord-Holland.


3. Secretariaat en administratie.

De ledenadministratie laat een stijging zien. Per 01-01- 2001 telt de vereniging 151 leden en 45 aspirant leden. Er zijn 66 part. abonnee's, 33 instellingenabonnementen en 19 abonnementen met factuur adres elders. Een overzicht van de nieuwe leden kon helaas niet bijgevoegd worden door het voortijdig vertrek van onze secretaris. De heer D. H. van Noort verrichtte opnieuw vele administratieve werkzaamheden waarvoor we hem erkentelijk zijn.


4. Financiën

De komende tijd zal de nieuwe acceptgiro voor de contributie 2001 bij jullie bezorgd worden. Studenten betalen f 55,= (hiervoor moeten ze een kopie van hun collegekaart aan de penningmeester sturen), mits de ledenvergadering akkoord gaat met de voorgestelde verhoging van de abonnementsprijs en de contributie. Overwogen wordt het aanmaken van acceptgiro's uit te besteden. Indien u geen gebruik maakt van de acceptgiro, wel de vermelde codering vermelden bij uw overboeking. Verder het verzoek om (verhuis)medede-lingen niet via de acceptgiro maar rechtstreeks aan dhr. van Noort (zie colofon) door te geven. Opnieuw herinner ik een aantal leden aan de aanmaningen die de afgelopen tijd verzonden zijn. Er zijn nog ettelijke leden die een contributieachterstand hebben.

Op de ledenvergadering komt het voorstel aan de orde om de contributies en de abonnementsprijs op te hogen. Dit heeft te maken met het beleid dat gericht is op een uitbouw van Psyche & Geloof. Hierbij wordt budget beschikbaar gesteld om een aantal tijdschriften te lezen die besproken kunnen worden in Psyche & Geloof. Daarbij ligt het ook in de bedoeling Psyche & Geloof uit te gaan geven in een ander jasje. Aan dit jasje hangt ook een prijskaartje. Daarbij is de afgelopen 5 jaar geen contributieverhoging aan de orde geweest. De abonnementstarieven zijn nog langer ongewijzigd gebleven. Voorstel is de tarieven het komende jaar als volgt te verhogen:
Contributie (aspirant-)leden f 125,= wordt f 135,=
Studenten f 50,= wordt f 55,=
Part. abonnementen f 57,50 wordt f 65,=
Inst. abonnementen f 97,50 wordt f 110,=

Het afgelopen jaar zijn er zoals begroot wat meer inkomsten geweest. Dit heeft te maken met het innen van achterstallige betalingen. Dit loopt nog door in 2001. Op het jaaroverzicht vind u nog een aantal begeleidende opmerkingen.

Uw penningmeester


5. Commissie verslagen.

5.1 Congrescomissie

Er zijn in 2000 twee congressen georganiseerd. Het voorjaarscongres was op 1 april, met als thema 'Religious Attributions in Mental Distress'. Sprekers waren Dr. S. Pfeifer (Zwitserland) en Dr. H.J.T.M. Corstens (Maastricht). Het was een goed bezochte dag met ongeveer 55 deelnemers. Het najaarscongres op 24 november had de vorm van een grote intervisie voor verenigingsleden. Het thema 'God ter sprake in ...' werd uitgewerkt in een vijftal workshops. Arthur Hegger heeft afscheid genomen van de congrescommissie; de commissie bestaat nu uit vijf leden. Er is een concept taakomschrijving van de congrescommissie opgesteld. Verder is er, naast de gebruikelijke vergaderingen, een gezamenlijke vergadering van het bestuur en de congrescommissie geweest, waarin onder andere een eventueel volgend internationaal congres aan de orde is geweest.

5.2 Verenigingsnieuws

Het afgelopen jaar is het verenigingsnieuws twee keer verschenen. Er is een nieuw redactielid gevonden en wel drs. Aaltje Visscher, zodat de redactie de mogelijkheid heeft het blad inhoudelijk meer vorm te geven.

5.3 Redactie Psyche & Geloof.

In het jaar 2000 is Psyche & Geloof vier keer verschenen. De jaargang kende 229 pagina's. In omvang groeit het blad nog steeds. Op 01-01-'00 werd het blad aan 312 adressen verzonden. Aan het einde van het jaar ontvingen 314 adressen het blad.
Er zijn vier theoretische, acht praktische en twee onderzoeksartikelen gepubliceerd. Zes boekbesprekingen, een congresverslag en het register van de jaargang completeerden het geheel. Met drie artikelen over de intake heeft dit onderwerp ruim aandacht gekregen. In nummer 2 werden de lezingen gepubliceerd die tijdens het symposium 'Religie in het pakket?!' op het voorjaarcongres van de NVP werden voorgedragen. Nummer 3 was een themanummer 'God ter sprake in ...' Naar aanleiding van dit themanummer werd een congres van de CVPPP georganiseerd. Nummer 2 en 3 zijn naar een zestigtal psychiaters verzonden, die belangstelling voor het tijdschrift toonden. Voor nummer 2 was zoveel belangstelling dat er 50 exemplaren zijn nabesteld. Sedert de installatie van de redactieraad worden ingezonden artikelen door twee leden van de redactieraad blind gereviewed. De redactie is zeer tevreden over deze werkwijze. Het verhoogt de wetenschappelijkheid van het blad.
De redactie neemt een inhoudelijke verdieping van Psyche & Geloof waar. Tevens merkt de redactie dat het blad meer erkenning krijgt buiten de kring van de CVPPP. Het afgelopen jaar heeft de redactie voorbereidend werk gedaan om de lay-out van het blad te moderniseren. Er is daartoe eenmaal overleg geweest met de drukker. De redactie heeft het voornemen opgevat om de Engelse samenvattingen in PsycLIT opgenomen te krijgen. In de samenstelling van de redactie zijn in het jaar 2000 geen veranderingen opgetreden.

Arthur Hegger, redactiesecretaris


6. Overige activiteiten.

6.1 Ontwikkeling van een website.

Er worden initiatieven ondernomen door Wilfred Vollbehr voor het ontwikkelen van een eigen website.

6.2 Het CAN

Het CAN is bezig met een inventarisatie bij haar leden om te komen tot een CAN data base. Verdere contacten hebben dit jaar niet plaats gevonden.


INTERVIEW: Greta Fonville- Klei

Welke werkervaring heb je en waar werk je momenteel?

Vanaf 1992 ben ik in vaste dienst bij deze instelling, die toen Gliagg heette en momenteel door een fusie Eleos. Nadat ik de opleiding tot maatschappelijk werkster afgerond had, ben ik als zodanig daar gaan werken. Tijdens de Voortgezette Opleiding, richting GGZ, ontdekte ik dat het werken met relaties en gezinnen me lag. Daar heb ik me verder in gespecialiseerd. Momenteel ben ik in opleiding tot systeemtherapeut.

Tegenwoordig is er veel aandacht voor huiselijk geweld. Men raakt er steeds meer van doordrongen dat niet alleen de slachtoffers, maar ook de dader hulp moet krijgen. In hoeverre word jij met deze problematiek in je werk geconfronteerd?

Ik heb een workshop gevolgd die verzorgd werd door Justine van Lawik, auteur van het boek 'Intieme oorlog'. In 40% van de echtelijke relaties speelt geweld volgens haar. Daarom vraag ik er tegenwoordig veel explicieter naar. Deze vorm van geweld is schaamtevol en blijft daarom heel vaak achter de voordeur. Als het bij de intake wordt verzwegen, kan het vanuit een tegenoverdrachtsrelatie in de therapie lastig worden. Soms dreig je mee te gaan in het vermijden of bagatelliseren daarvan. Het kan daarom een standaardvraag worden bij de intake.

Hoe zie je in de praktijk dergelijk geweld ontstaan?

Meestal zijn mannen de daders. 'Haar manipulaties / Zij maakt dat ik tot geweld kom. En dan sta ik dus niet meer in voor mezelf'. Deze echtparen zijn hun relatie vaak aangegaan vanuit een 'rose-wolken ideaal'. 'Wij zijn het helemaal, mijn vrouw kijkt dwars door me heen, maakt al mijn behoeften waar'. Dat symbiotische, dat verzorgd worden. Er komt een moment dat hij merkt dat zij toch niet al zijn behoeften door heeft en dat zij bijv. ook dingen deelt met een vriendin. De barstjes die er dan inkomen tasten dat 'rose-wolken ideaal' aan. Als dat meer manifest wordt, komt er van de kant van de man een manipulatie 'je moet er toch voor me zijn'. Een typisch vrouwelijke reactie is dan: 'Laat ik maar inbinden'. Heel lang gaat dat goed en blijft ze inbinden. Tot op een gegeven moment dat kan escaleren en er bijv. bij een meningsverschil fikse ruzie ontstaat. Hij krijgt het gevoel: 'Zij voelt mij niet meer aan'. Dit is voor hem een vreselijke teleurstelling. Het is ook een krenking die hij niet kan verdragen. Dan kan het tot behoorlijk fors geweld komen. Deze mannen externaliseren het probleem. Dat maakt dat hij zegt: 'Zij maakt dat ik tot geweld kom'. Vrouwen in dit soort relaties vinden het ook moeilijk om op een adequate, respectvolle manier voor hun eigen wensen op te komen. Ze doen dat nogal eens op een vitterige manier.

Op welke wijze start je de behandeling?

Van de methode van Justine van Lawik heb ik geleerd dat starten met de therapie niet kan terwijl het geweld doorgaat. Dat sluit elkaar uit. Als het geweld actueel is, gaan we in gesprek met de dader en vragen min of meer dwingend om eraan mee te werken dat het geweld stopt. Dat is de lastigste fase in de intake. We maken een contract: Geen geweld en gebeurt het toch een keer, dan wordt dat onmiddellijk aan mij gemeld. Je bespreekt eerst welke signalen er op wijzen dat de dader in de buurt van de rode zone komt. Dan kijk je hoe hij zo ver mogelijk daar vandaan kan blijven. Hij moet zich dan verwijderen. Dat deel is vaak voor de man heel moeilijk, omdat hij gekrenkt is en het liefst er op los zou slaan. Voor de vrouw is dit ook lastig, omdat zij zijn vertrek beleeft als weglopen voor de moeilijkheden. Als het wel lukt merken ze echter ook wat het oplevert: het gebruik van geweld in het gezin stopt. Dan kan de therapie starten.

Hoe ziet de therapie er uit?

Ik begin heel basaal met communicatieregeltjes. Die zijn vaak nieuw voor hen. Zeker bij mensen die vanuit die symbiose trouwen: Wij begrijpen elkaar zonder woorden. Het aparte is dat sommige mensen hierin enthousiast aan de slag gaan en een stukje huiselijk leven van de grond krijgen. Op het moment dat hij leert om adequaat voor zijn wensen op te komen en geen geweld meer gebruikt, wordt hij ook een leukere vader voor de kinderen. Daarmee komt hij ook aan haar terrein. Moeder is immers ook gedeeltelijk vader geweest door de kinderen af te schermen voor het geweld. Ze raakt iets kwijt. Ik ben zelf geboeid geraakt door de narratieve therapie. Je kijkt dan naar het alternatieve verhaal: wat komt er voor haar vrij. Ze kan dan zelf een nieuw verhaal ontwikkelen over hoe ze verder wil. Dit is het ideale scenario. Op deze manier gaat het echter heel vaak niet. Dat komt omdat de therapie vaak stopt als het geweld stopt. Er is dan een soort trots bij beiden: we vechten nog wel, maar er wordt niet meer gemept.

Hoe is het voor jouw als therapeut om de mensen op deze manier te laten gaan?

Ik heb geleerd om met hen te inventariseren wat ze bereikt hebben en hoe groot de kans is dat ze dit kunnen bestendigen. Hun inzicht op de risicofactoren die terugval kunnen veroorzaken en wat ze dan kunnen doen. Als ik samen met hen tot de slotsom kom dat ze op deze manier samen verder willen gaan, dan laat ik ze rustig gaan. Dan zeg ik bijvoorbeeld: 'Jullie besluiten eigenlijk om in de achtertuin een klein sheltertje te hebben met explosieven. Dat sheltertje ruimen jullie niet op maar dat zit verpakt. Die verpakking is op dit moment stevig genoeg. Jullie weten niet of de tand des tijds dat houdt'. Hiermee zeg ik eigenlijk: jullie leven met een risico. Daarop kunnen mensen volop ja zeggen. Als het geweld zich verbreedt, bijv. richting criminaliteit, is soms meer gespecialeerde hulp nodig. De Waag in Utrecht heeft op dit gebied deskundigheid in huis.

Op welke wijze betrekken jullie de kinderen bij de behandeling?

We regelen vaak een gezinsgesprek om eens te kijken hoe zo'n gezin er in zit. We hebben hier een gezinsteam. Je kunt dan zowel als systeemtherapeut kijken wat geweld doet in dit gezin of wat dit gezin doet met geweld, maar ook gaan we na of er individueel iets nodig is. Stel dat er ook geweld wordt gebruikt naar de kinderen toe, dan kunnen zij ook hulp krijgen op de Jeugdafdeling als dat nodig is.

Hoe ervaar je de samenwerking met collega's bij de behandeling van huiselijk geweld?

Ik merk dat juist bij deze problematiek het overleg met collega's heel belangrijk is. Heb je zelf het idee dat je wat meegaat in de problematiek, kun je hier aan collega's vragen of ze letterlijk met je mee willen kijken middels de one-way screen. Dat vind ik het leuke van werken in deze setting.

Er wordt gesteld dat 45% van de bevolking te maken heeft gehad met een vorm van niet-incidenteel huiselijk geweld. Zou dat in de gereformeerde gezindte verhoudingsgewijs meer of minder voorkomen dan daarbuiten?

Ik heb de neiging om te stellen dat het heel dicht raakt aan de landelijke normen. Er zijn evenwel geen expliciete onderzoeken over. Dat geldt ook voor seksueel misbruik. Als ik daar in echtpaargesprekken bij de vrouw naar vraag, heeft zeker 40 -50% van hen hier wel mee te maken gehad.

Herken je bepaalde christelijke normen en waarden die in deze problematiek een belangrijke rol spelen?

Het valt me op dat echtparen vaak zelf al komen met: 'Dit hoort niet in een christelijk gezin'. De man moet zijn gewelddadige gedrag daarom wel externaliseren. Hij wil en kan de verantwoordelijkheid daarvoor niet dragen. Vaak lukt het ook gewoon niet om het de mannen als hun eigen probleem te laten zien. Daarin speelt ook weer persoonlijkheidsproblematiek mee. Hij roept net zo hard dat dit niet hoort in een christelijk gezin. Alleen vervolgens wijst hij naar haar: 'Zij zorgt dat het gebeurd'. Zij zegt: 'Het is niet goed, maar jij mept toch maar'. Soms zeg ik er dan achteraan: 'Ja en Adam wees naar Eva en Eva wees naar de slang en Kaïn zei: 'Ben ik mijns broeder hoeder'. Iets dergelijks zeg ik pas als ik een contract heb, als het geweld gestopt is. Als je dat zegt voor je een contract hebt zegt hij: 'Zie je wel, jij wijst ook naar mij'. In de therapie gaan we kijken hoe de dynamiek is in de relatie. 'Hoe kunnen jullie nu op een christelijke manier met elkaar omgaan'. Dit is dan echter niet alleen christelijk meer, maar in het algemeen respectvol met elkaar omgaan.

Zou je christelijke psychiaters, psychologen en psychotherapeuten nog iets willen meegeven?

Vergeet de impact van huiselijk geweld op de kinderen niet! Vaak komen kinderen binnen via de Raad voor Kinderbescherming of de school, terwijl hulpverlening al veel eerder had kunnen plaatsvinden.

Aaltje Visscher